Geschiedenis

Waar komt toch die naam Blik vandaan? Iedereen in de omgeving noemt ons terrein zo en niemand wist wat het betekent. Na een zoektocht bleek dit een laat middeleeuwse West-Brabantse veldnaam te zijn voor een ven of afvoerloze laagte. Precies wat we in de historie terugvonden maar ook tijdens de aanleg in de grond aantroffen.

Het terrein heeft een oppervlakte ruim 4.5 hectare en wordt in het midden doorsneden door de Heimolendreef. Precies in het midden staat onze woning met bijgebouwen en is inmiddels 3 generaties familiebezit. Maar uiteraard gaat de geschiedenis verder terug.

Rond het jaar 1800 vormde het onderdeel van de Achterhoek van Bosschenhoofd (gemeente Hoeven). Zoals de naam al aangeeft was het een redelijk woest en nagenoeg onbewoond gedeelte van de gemeente. In die tijd was het zuidelijk gelegen perceel al in gebruik voor de landbouw. Ten noorden daarvan was een zandweggetje. Zelfs De Heimolen was er nog niet. De rest van de gronden  bestond grofweg uit twee gedeeltes: de hoge grond was heide en het lage gedeelte was bekend als ‘groenland’. 

Onze hoogtepunten

Zelfs De Heimolen was er nog niet. De rest van de gronden  bestond grofweg uit twee gedeeltes: de hoge grond was heide en het lage gedeelte was bekend als ‘groenland’. Het groenland was een onderdeel van een afvoerloze laagte. Vermoedelijk was dit gedeelte in de zomer een hooiweide voor boeren nabij het dorp en in de winter stond dit geheel onder water. Gezien de naamgeving De Blik kunnen we concluderen dat, alvorens dit gedeelte voor de landbouw in gebruik genomen werd, een ven is geweest. 

In 1866 is ten noorden van het zuidelijke perceel een boerderij gebouwd. Uit de overlevering weten we dat deze boerderij ooit is afgebrand maar op de oude restanten weer herbouwd. Deze boerderij is in 1922 door opa in een openbare verkoop gekocht voor 2.200 gulden. Opa heeft toen wel een viertal lindes aangeplant aan de zuidzijde van de boerderij om in de zomer verkoeling te krijgen.

Rond het jaartal 1890 is een afvoersloot gegraven waarmee het groenland beter ontwaterd kon worden. Sindsdien kon dit gedeelte intensiever voor de landbouw gebruikt worden en is toen het ven naar alle waarschijnlijkheid verdwenen. De hoge gedeeltes van de gronden zijn door opa en enkele zoons nog met de hand ontgonnen. Dat moet een onvoorstelbare hoeveelheid werk geweest zijn. Dit is gedurende de crisisjaren van de jaren 30 van de vorige eeuw gedaan. 

In 1953 heeft de dochter (ons ma) samen met haar man (ons pa) het geheel overgenomen en altijd gebruikt voor de landbouw als nevenverdienste. De gronden zijn gedurende die tijd nooit echt intensief gebruikt en gelukkig is vooral het hoger gelegen gedeelte in profiel gebleven. In de omgeving zijn vele percelen afgegraven en geëgaliseerd, maar bij het hoge perceel is dat nooit gebeurd. Niet gek dat we dit gedeelte altijd ‘het hoog’ noemden.

Een gevolg was dat nagenoeg het gehele perceel tot 2008 voor de landbouw in gebruik is gebleven. In 1963 is een nieuwe woning gebouwd en is het woongedeelte in de boerderij komen te vervallen. In 1996 is de oude boerderij gesloopt en vervangen door een moderne schuur. De lindes zijn uiteraard blijven staan! Deze lindes zorgen nu voor een beetje schaduw in de plantenkas maar vooral ook huisvesting voor de bijen. Tijdens de bloeiperiode wordt duidelijk waarom lindes ook wel de bijenboom genoemd wordt. Het zoemt er dat het een lieve lust is. 

Bij de gemeentelijke herindeling van 1997 is het gebied ten zuiden van de snelweg A58 bij de gemeente Rucphen gevoegd.

Wij als derde generatie hadden geen interesse in de kleinschalige landbouw, maar vanwege onze natuurinteresse hebben we het gehele terrein in 2008 omgezet naar natuurgronden. We zijn dus eigenlijk weer terug in de tijd gegaan. Nu vormt dit deel nieuwe natuur een onderdeel van de verbindingszone tussen de bossen van Bosschenhoofd (Pagnevaart) en de Rucphense Bossen.

Het huidige natuurterrein

De omvorming van landbouwgrond naar natuurgrond heeft behoorlijk wat denkwerk nodig gehad. We hebben er voor gekozen om zoveel mogelijk de historische natuurwaarden te herstellen. Dit past namelijk vanuit ecologisch oogpunt erg goed.  In de sloten zien we al vanzelf heide ontwikkelen. Op zich is dat logisch, als je naar de geschiedenis kijkt. Maar tevens is het een bevestiging dat je de mogelijkheden van de gronden goed moet ‘lezen’ om de historische natuurwaarden daadwerkelijk te kunnen herstellen.

Wat heeft dat nu allemaal opgeleverd?

Het perceel aan de zuidzijde is voor ongeveer de helft aangeplant met het in Nederland oorspronkelijke lindebos. Een lindebos groeit op relatief voedselrijke grond en dat past derhalve bij de historie van het intensievere landbouwgebruik. Dit perceel is namelijk sinds eeuwen behoorlijk voorzien van stalmest en daardoor voedzaam. Het lindebos bestaat uiteraard uit linde maar ook eik, wilde kers, es en beuk. Het middengedeelte van dit perceel is een kruidenrijk grasland geworden. Na enkele jaren kwamen we er achter dat vanwege de voedselrijke grond de kruidenontwikkeling achterbleef. Zelfs de verschralingsmaatregelen hadden onvoldoende effect. Vandaar dat gekozen is voor een kruidenrijke graanakker. Het graan wordt niet geoogst en is daardoor enerzijds een goede voeding voor de fauna maar tevens ook een goede schuilplek.

De randen van het noordelijke perceel zijn ingericht als een eiken- berkenbos. Uiteraard zijn hier de eik en berk geplant maar ook de vuilboom, den en hulst. Het hoge gedeelte is een kruidenrijk grasland geworden. Hier heeft het verschralingsbeheer door middel van maaien en afvoeren wel een goed effect. Dit zien we bijvoorbeeld aan de spontane (kleinschalige) ontwikkeling van heide. Met het afgevoerde gras zijn we nu testen aan het uitvoeren om bokhasi te maken als bemesting voor de moestuin. Zodoende kan alles op eigen terrein gebruikt worden. Op het open stuk hebben we enkele vliegdennen geplant en daarbij de jeneverbes geplaatst, ook erg passend.

Het lage gedeelte aan de noordzijde is een laagte teruggebracht. In de natte periodes is hier volop water aanwezig. De uitkomende grond is gebruikt voor het aanbrengen van een wal aan de noordzijde waarop diverse inlandse struiken zijn geplant. Vooral bloemenrijke en bessenrijke struiken zijn gebruikt om als voedsel te dienen voor insecten en vogels.

Wat vooral opvalt is dat juist de diversiteit in beplanting en zo min mogelijk ingrijpen leidt tot een grote diversiteit in de aanwezigheid van insecten, klein wild en vooral de aanwezigheid van roofvogels. Naar ons idee een bewijs dat de natuur zelf haar werk kan doen.

De aanleg

En als dan alle plannen gemaakt zijn, moeten ze ook nog eens uitgevoerd worden. Samen even 5000 boompjes planten, daar zijn we even mee bezig geweest. We hebben dit allemaal met de hand aangeplant. En dat in een winter met veel sneeuw en regenval, maar we hebben doorgezet. Omdat vooral aan de overzijde de grond hooggelegen is en daardoor ook behoorlijk droog, waren we bang dat er veel bosplantsoen dood zou gaan. Behalve dat we dan opnieuw zouden moeten planten wilden we ook dat het bosplantsoen lekker snel zou kunnen gaan groeien. We hebben er dan ook voor gekozen om druppelslang te leggen zodat we de mogelijkheid hebben om elk boompje individueel water te geven. Het resultaat mag er zijn want er is nagenoeg niets dood gegaan.

Het bosplantsoen is in een stramien van 1.5 meter aangeplant: 2250 boompjes per hectare. Het voordeel van deze plantdichtheid is dat je snel bosvorming en bodembedekking bereikt. Het is wel zo dat er uiteindelijk maar 1 van de 8 over zal blijven. Gedurende de eerste 20 jaar zullen er vele bomen gekapt moeten worden om de zogenaamde blijvers voldoende ruimte te geven. Met de aanplant hebben we hier al rekening mee gehouden door van elke soort een groep te planten van circa 8 bomen waarvan er uiteindelijk maar 1 over zal blijven.

We denken erover om het uitdunnen op een andere manier te gaan doen. We denken eraan de ringmethode te gaan hanteren. Dit is een methode door het verwijderen van een stukje bast waardoor de boom geen voedingsstoffen aan de wortels af kan geven. Volgens de literatuur zou de boom dan binnen enkele jaren uitgeput zijn en afsterven. Het grote voordeel is dat er staand dood hout overblijft wat ook weer een extra biotoop tot gevolg heeft. Voorts zullen de dode bomen toch nog een beetje steun geven aan de overblijvende boom. Als deze dode boom uiteindelijk omvalt, dan zal er ook minder schade optreden aan de resterende bomen. We weten alleen nog niet hoe dat ringen nu echt uitgevoerd moet worden. We hebben al enkele testen gedaan maar de methode moet nog verder verfijnd worden.

Voorts waren de landbouwpercelen richting de sloten behoorlijk hoog. Vermoedelijk door te veel naar de kant ploegen. Ook hier hebben we grond verplaatst waardoor een langzamere overgang ontstaat tussen het hogere perceel en de sloot. Ook dit weer om diversiteit te laten ontstaan.

Het profiel van het oorspronkelijke ven is in ere hersteld. Deze wal, die aangelegd is met de grond uit het ven, creëert een afscherming maar ook weer een overgangsgebied met vele struiken en een droger deel. Hier heeft de wespendief zich een keertje tegoed gedaan aan een groot ingegraven wespennest.

Tot slot hebben we de traditionele tuin rond onze woning verwijderd en beter laten passen bij de omgeving. Sommige mensen zullen denken dat het geen tuin is (slechts enkele dennenbomen met soortenrijk gras) maar het past wel ontzettend goed in de omgeving en is zeer rustgevend.

Alle maatregelen voeren we uit met het idee dat we met een klein beetje hulp de natuur zichzelf kunne laten ontwikkelen. Dit blijkt tot nu toe erg goed te werken.

De aanleg vonden we leuk, maar nog leuker is om van de ontwikkeling te kunnen genieten.

Weer op De Blik

- Luchtvochtigheid: 72%

- Wind: 5.66m/s

20°c
Zo
20°c
Ma
20°c
Di
20°c
Wo
15°c
Do
18°c
Wil je ontdekken wat de paardenbloem
voor heilzame werking kan hebben?